Tanderosie in het grootste gevaar voor het kindergebit. 'Poetsen helpt
niet.''
Uit de behandelkamer klinkt hard gehuil. 'Er zit babyvet
op het handje'', zegt Jaap Veerkamp. 'De anesthesist kan geen ader vinden voor
het infuus.'' Hij is kindertandarts in Amsterdam-Zuid en onderzoeker in het
Academisch Centrum Tandheelkunde (ACTA) in Amsterdam-West. Hij staat nu op de
gang te wachten tot het jongetje binnen in slaap gebracht is. Een jongetje van
drie - te jong om te snappen dat hij zijn mond gewoon moet opendoen. Na een paar
minuten is het stil. Jaap Veerkamp steekt zijn vinger omhoog. 'Gelukt!''
Vijf kiesjes moeten er worden gedaan. Er zitten gaatjes in doordat het glazuur
niet sterk genoeg was. De ouders van het jongetje zijn meegekomen, ze wonen in
het Gooi. De moeder, spijkerbroek en wit bloesje, zegt dat ze de tanden van haar
zoontje altijd goed napoetst. Kan ze nog meer doen?
'Poetsen helpt niet'', zegt Jaap Veerkamp. 'Dat is herhaaldelijk bewezen.''
Hij wacht even om zijn woorden meer effect te geven. 'Poetsen met fluoride
helpt.'' En dan volgt er een uiteenzetting over tandglazuur dat de hele dag door
wordt opgebouwd door zouten - fluoride, calcium - en wordt afgebroken door
zuren. Bijvoorbeeld zuren in vruchtensap en frisdrank.
Cariës is het probleem niet meer, zegt hij. Die zuren zijn het probleem - voor
alle gebitten, maar vooral voor kindergebitten, want kinderen drinken niet zo
veel gewone melk meer, en wel veel vruchtensap en frisdrank. En ouders, zegt
hij, hebben geen idee hoe slecht dat is. De zuren maken het glazuur zacht, en
als er daarna gepoetst wordt, verdwijnt het. Het komt nooit meer terug. 'En
dat'', zegt Jaap Veerkamp, 'heet erosie''.
'Goh'', zegt de vader. 'Dat sap er ook zo inhakt, dat wist ik niet. Wij geven
de kinderen sap voor het slapen, en daarna poetsen we. Dat kunnen we dus beter
maar niet meer doen.''
'Spoelen'', zegt Veerkamp. 'Je moet ze eerst de mond laten spoelen. En dan na
een uurtje poetsen.'' Hij verontschuldigt zich: 'Het is mijn stokpaardje.''
Maar dan begint Veerkamp: de gezinnen zijn klein, er is genoeg geld, ouders zijn
druk, ze laten hun kinderen zelf frisdrank uit de koelkast pakken, en die
drinken er vaak wel een liter per dag van. Of meer. Erosie is, kortom, een
welvaartsprobleem.
'Nou nou'', zegt de vader. 'Bij ons gaat dat anders hoor. Mijn vrouw is thuis
en eh...''
'Ja'', zegt Jaap Veerkamp. 'Bij jullie gaat het anders. Maar in de rest van
Nederland niet. En dat gedrag, dat welvaartsgedrag, daar ben ik nou wel van
overtuigd, dat is niet meer te veranderen. Dat heb ik gezien toen we tien jaar
geleden campagne voerden tegen het drinken uit flessen met een speen. We waren
nog niet begonnen, of er waren békers met een speen. Een beker is geen fles,
nee. En nou drinken al die kleuters dáár uit.''De gaatjes in de vijf kiezen zijn
gerepareerd, de anesthesist komt binnen om het jongetje weer wakker te laten
worden. Jaap Veerkamp praat door: 'Ouders moeten weten wat de consequenties
zijn van veel frisdrank. Ik ben voor massale informatieoverdracht. En voor de
rest ben ik heel praktisch. Als ouders minder frisdrank gaan kopen, gaat de
industrie andere producten maken, producten met minder zuur erin. Zo zal het
gaan.''
'Vroeger dronken we gewoon water'', zegt de anesthesist. 'Dat is een betere
oplossing.'' 'Zeker'', zegt Jaap Veerkamp. 'Vroeger fietsten we ook, nu gaan
we met de auto naar de sportschool. Maar dat verander je niet meer.''
Arie van Nieuw Amerongen, hoogleraar orale biochemie aan het ACTA, laat in zijn
werkkamer op de Vrije Universiteit een foto zien van het gebit van een jongen
van twaalf. De tanden zijn tot de helft weg en wat er nog over is, is geel - dat
is het tandbeen. 'Die jongen dronk twee liter cola per dag. Hij liet het door
zijn mond spoelen, dat gaf zo'n lekker gevoel.''
Van Nieuw Amerongen ontdekte al in 1992 dat steeds meer kinderen tanderosie
kregen, maar hij is nog steeds verbaasd. 'Twee liter! Hoe krijg je het
verzonnen!'' Dat kan alleen in kleine gezinnen, denkt hij. Zelf heeft hij elf
kinderen - hij is van de gereformeerde bond - en als die allemaal zo veel
dronken, moest hij tweeëntwintig flessen per dag kopen. 'Dat haal je je dus
niet in je hoofd.''
Van Nieuw Amerongen was, net als Jaap Veerkamp, betrokken bij het onderzoek dat
frisdrankenfabrikant Vrumona de afgelopen maanden naar tanderosie liet
uitvoeren. Hij zegt: 'Ze brachten vorig jaar Joy op de markt, een nieuw soort
frisdrank met minder zuur erin, en daar hadden ze een slogan bij bedacht: 'goed
voor uw tanden'. Toen heb ik ze laten weten dat ik ze een proces zou aandoen als
ze dat bleven zeggen. Toen werd het: 'tandvriendelijk'. Nou ja, dat is al minder
erg. Daarna zeiden ze dat ze een objectieve enquête wilden laten uitvoeren naar
tanderosie. Ze vroegen of ik wilde helpen. Ik zei: dat is goed, maar elke minuut
die ik aan jullie besteed, betalen jullie aan de faculteit, en ik laat me niet
muilbanden.''
Hij is blij met de aandacht die er nu voor tanderosie is, maar verder blijft hij
wantrouwig. 'Elke firma denkt alleen aan de winst. Ze denken nooit aan het
belang van de bevolking. Ze denken alleen: kunnen we een nieuwe behoefte kweken.
En nu wordt er een behoefte gecreëerd aan frisdranken die minder slecht voor de
tanden zijn.''
Water, gewone thee, melk - dat adviseert hij. Af en toe sap, af en toe een glas
frisdrank, en die niet door de mond laten spoelen. 'Breezers'', zegt hij. 'Díe
zijn erg. Ze zijn duur, dus kinderen doen er zuinig mee. Ze nippen uren aan zo'n
fles, de fles stoot tegen hun voortanden - een tandarts vertelde me dat hij het
gebit van een jongen in een half jaar had zien eroderen.'' |