De bijzondere tandheelkunde en de anesthesioloog
| Samenvatting Een groot deel van de lichamelijk verstandelijk gehandicapte patiënten en extreem angstigen in Nederland kan vanwege de beperkte vermogens tot coöperatie onvoldoende gebruik maken van adequate tandheelkundige zorg. Een van de redenen is dat doeltreffend farmacologische ondersteuning voor deze gecompliceerde behandelingen onvoldoende beschikbaar is. Het bestaan van deze technieken is onvoldoende bekend bij anesthesiologen en tandartsen. Instellingen voor tandheelkundigen zorgverlening aan bijzondere patientengroepen dienen het initiatief te nemen om in nauwe samenwerking met anesthesiologen behandelingen onder intraveneuze sedatie en algehele anesthesie verder te ontwikkelen en op locatie uit te voeren. Het streven dient te zijn dat deze groep patiënten een zelfde niveau van tandheelkundige zorg krijgt aangeboden als patiënten zonder genoemde gebreken. Inleiding Het ondergaan van een tandheelkundige behandeling is voor een groot aantal mensen een zware opgave. Dit geldt vooral voor gehandicapte en extreem angstige patiënten. Omdat zij ten gevolge van hun emotionele of andere gebreken niet of nauwelijks kunnen meewerken met het behandelteam, zijn technisch gecompliceerde behandelingen en soms zelfs eenvoudige behandelingen niet uitvoerbaar. De kwaliteit van de zorgverlening laat hierdoor veelal te wensen over en de behandelend tandarts komt menigmaal voor de keus te staan: niet behandelen, beperkt behandelen of horizontaal verwijzen, bijvoorbeeld naar een centrum voor bijzondere tandheelkunde of een afdeling mondziekten en kaakchirurgie. De huidige centra kunnen echter slechts op beperkte wijze aan een steeds toenemende vraag voldoen. Redenen hiervoor zijn onder meer beperkte budgetten, gebrek aan ervaren tandheelkundig personeel en beperkte ondersteuning aan wat anesthesiologische mankracht en middelen betreft. Patiënten groepen Bij 60% van de verstandelijke gehandicapten die rond hun 18e levensjaar in een instelling zijn opgenomen, blijkt dat de mondgezondheid te wensen overlaat. In veel gevallen heeft zelfs nooit eerder tandheelkundige behandeling plaatsgevonden. Voor de groep cerebraal-bewegingsgestoorden is door de verhoogde spiertonus en overmatig reflexactiviteiten, het ondergaan van behandelingen aan het kauwstelsel moeilijk. In de tandheelkundige behandelingsituatie is epilepsie vooral een emotioneel probleem. Kinderen met epilepsie zijn duidelijk angstiger, overactieve en minder geconcentreerd dan normale leeftijdsgenoten. De extreem angstige patiënt is in veel gevallen niet allen bang voor de behandeling zelf, maar ook voor alles wat er aan die behandeling vast zit en er omheen gebeurt. Kenmerken van extreme angst zijn:
Bij de volwassenen patiënt kan deze extreme angst alle kenmerken krijgen van een fobie. Stouthard stelt dat ruim 10% van de bevolking extreem angstig tot fobisch angstig is voor de tandheelkundige behandeling. Uit het Landelijk Epidemiologisch Onderzoek Tandheelkunde blijkt eveneens dat 10% van de dentate populatie zeer angstig is. Dit betekent dat in Nederland ruim 1 miljoen inwoners zo angstig zijn voor tandheelkundige behandelingen, dat zij het bezoek aan een tandarts zo veel mogelijk uitstellen en bij voorkeur geheel trachten te vermijden. Pijn, functiestoornissen en het aanzicht van het gebit zullen hen voortdurend herinneren aan een uit de hand gelopen angst en de kans is groot dat zij uiteindelijk met een totale gebitsextractie onder algehele anesthesie kiezen voor de definitieve oplossing van het probleem. De zogenoemde "trekinstituten" waren hiervan in het verleden kwalijke voorbeelden. |
| Bron: (4-7-2003) |


6466 CP Kerkrade